• Print

    Alain Coumont, oprichter van Le Pain Quotidien

    Alain Coumont een radicale ommekeer teweeg in de bakkerijen en maakt ze tot een gezellige plaats waar men aan een grote gemeenschappelijke tafel de beroemde boterhammen met de smaken van weleer kan degusteren. Hij leert met vallen en opstaan, gaat bijna failliet, krabbelt weer recht, verkoopt alles en herbegint dezelfde business in de Verenigde Staten. Tegenwoordig haalt Le Pain Quotidien in meer dan 70 winkels jaarlijks een mondiale omzet van 70 miljoen euro. Alain vertelt ons in alle eenvoud over zijn verbazingwekkende loopbaan.

    Ik ben een zoon en kleinzoon van kruideniers. Van 1977 tot 1981 heb ik de hotelschool van Namen doorlopen en nadien werkte ik zeven jaar in verschillende sterrenrestaurants in Frankrijk en als privéchef in New York.
    Ik ben terug naar België gekomen omdat ik een beetje genoeg had van de luxerestauratie en de miljardairs die zich met privéjets verplaatsen. Ik wilde opnieuw met beide voeten op de grond staan en ‘coolere’ dingen doen. In Brussel zag ik dat er onder een hotel dat gerenoveerd werd een restaurant te huur stond. De eigenaar van het gebouw en ik zijn vennoten geworden en in ’87 hebben we het Café du Dôme geopend.

    Het idee...

    In die tijd was het erg moeilijk om in Brussel goed brood voor het restaurant te vinden. Ik heb eraan gedacht om het Poilâne brood uit Frankrijk in te voeren. Maar dat was voor Schengen: de douanerechten zouden me 40 euro per dag gekost hebben! Ik dacht bij mezelf: ‘Ik moet me een broodoven aanschaffen en het zelf doen’. Zo is het idee ontkiemd!

    Ik heb twee huizen in de omgeving gekocht om daar het bakkersatelier in onder te brengen. En dan zijn we met de werken begonnen. Maar toen de aannemer een opening tussen de twee gebouwen boorde, zijn ze ingestort! De aannemer is failliet gegaan. Zelf was ik wel tegen brand verzekerd, maar niet tegen dat soort voorvallen. Ik was bijna geruïneerd nog voor ik het eerste brood verkocht had!

    Ik vond snel een achtergarage in Anderlecht die ik schilderde en waar ik een oven, een kneedtrog, een waterslang, een paar rekken en een tafel plaatste. Dan ben ik met dat basismateriaal brood beginnen te bakken. Tegen een Ethiopische plongeur van het restaurant heb ik gezegd: “Luister Mohammed, vanaf volgende week ben je parttime plongeur en parttime bakker.”

    De overgang naar bedrijf

    En toen besloot ik dat het gekheid was om 50.000 euro aan materiaal te besteden en dat alleen voor het restaurant te gebruiken. Ik moest een winkel openen en op grotere schaal gaan werken. Met 37.500 euro kapitaal, het minimum, richtte ik een kleine naamloze vennootschap op. De tweede echtgenote van mijn vader en een vriend hebben elk 12.500 euro ingebracht en zelf investeerde ik de resterende 12.500 euro van de hypothecaire lening die door de instorting van de huizen ongebruikt was gebleven.

    Pain QuotidienIn de Dansaertstraat vond ik een commercieel gelijkvloers, een oude kleermakerstafel in de Hoogstraat (een grote tafel met afgeronde hoeken), en een oude grenen voorraadkast die ze nu ‘confiturier’ noemen. Bij een Arabische bakker in Schaarbeek kocht ik chromen rekken. En ik ben met bijna niets begonnen, zonder een financieel plan op te stellen. Ik zette een vroegere kelner uit het restaurant in de winkel en opende in oktober 1990 de eerste Pain Quotidien. Een week na de opening kregen we een halve pagina in Le Soir met de titel ‘Donnez-nous notre pain quotidien’ (‘Geef ons ons dagelijks brood’) en toen ging het opeens heel snel.

    Het concept was heel eenvoudig: er waren maar twee soorten brood. We hadden zelfs geen croissants. Alleen wit brood, roggebrood en drie soorten gebak die ik in het restaurant maakte: chocoladegebak, een citroentaart en een taart met pecannoten. Na drie of vier weken kreeg ik problemen omdat ik geen ‘commodo-incommodo’ uitbatingsvergunning had opgemaakt. De oven had eigenlijk een gasoven moeten zijn, maar we hadden een oude mazoutbrander gebruikt die we gerecupereerd hadden en de dampen stoorden een buur die mayonaise maakte. Ik ben voor de rechtbank moeten verschijnen en werd veroordeeld voor het uitbaten van een illegale bakkerij. De locatie was hoe dan ook niet praktisch: als we ’s nachts brood moesten gaan leveren, moesten we de hele 50 meter van de garage door die vol auto’s stond die naar Libanon werden geëxporteerd en wij moesten daar dan langs met de broodbakken op ons hoofd. Verschrikkelijk! Ik zocht een ander atelier en vond een gelijkvloers in de Kruitmolenstraat. De dag nadat we het materiaal verhuisd hadden, kwam de politie met het vonnis om zegels te plaatsen en het eerste atelier te sluiten!

    De franchise gaat van start !

    Ondertussen begonnen enkele andere restaurants hun brood bij mij te kopen. Dan, zes weken na de opening in de Dansaertstraat, kwam er een dame langs. Ze had het artikel in Le Soir gelezen en ze zei tegen mij: ’Luister, als ik een winkel huur en die op dezelfde manier als u inricht, kunt u me dan brood verkopen?’ Mijn boekhouder heeft me een kopie van het franchisecontract van Phildar van een van zijn klanten gestuurd. Zodoende heb ik mijn eerste franchisecontract ondertekend, zonder advocaat omdat ik daarvoor de middelen niet had en door ‘bollen wol’ te vervangen door ‘broden’.

    Na 18 maanden hadden we zes franchisewinkels. Er zat niet veel structuur in. De winkels waren eenvoudigweg verplicht om hun brood, verpakkingen en gebak bij ons te kopen. Het franchisecontract gaf het geografische gebied aan. De eerste heeft een waanzinnig groot gebied gekregen omdat we ons niet konden voorstellen dat er in Brussel vijftien winkels zouden komen. Hij heeft later drie Brusselse sectoren voor elk 50.000 tot 75.000 euro doorverkocht!

    Na twee jaar kregen we kasproblemen omdat we onze leveringen cash moesten betalen en de klanten ons pas vijf of zes weken later betaalden. De banken wilden ons niets meer lenen. Ik had 21.000 euro schulden bij de Sociale Zekerheid, die deurwaarders op ons afstuurde.

    Samenwerking om het hoofd boven water te houden

    Toen ben ik Van de Kerkhove, een grote industriële bakker uit Brussel gaan opzoeken. Ze vonden ons fascinerend omdat wij brood aan vijf euro verkochten terwijl zij vochten om hun brood bij Delhaize en Carrefour voor 0,6 euro aan de man te brengen, de marge was tot op de cent berekend. Voor we zelfs maar begonnen te onderhandelen, heeft Van de Kerkhove de factuur van de RSZ betaald. Dat was een valstrik omdat ik nadien moreel gebonden was. Tijdens de onderhandelingen heb ik een heel, heel slechte deal gesloten: ze zijn voor 60 % aandeelhouder geworden. Ik verloor de controle, maar had geen keuze. Ik had mezelf al drie jaar niet meer betaald en betaalde het krediet van de ingestorte gebouwen af.

    Veel mensen zouden zich in een dergelijke situatie een kogel door het hoofd jagen. Ik ben er toch in geslaagd om mij tijdens dit debacle voor 40 % aan een goed concept vast te houden. Met een maandsalaris van 6.250 euro als zelfstandige had ik tenminste een beetje geld om van te leven en mijn auto te betalen! En Van de Kerkhove was een goede partner. Ze hadden veel logistieke ervaring, een grote inkoopkracht en een grote productiecapaciteit. We hebben dus de hele patisserieproductie bij hen ondergebracht. Drie en een half jaar na de oprichting had Le Pain Quotidien een omzet van een miljoen euro in de broodproductie: het draaide goed.

    Maar bij de onderhandelingen had Van de Kerkhove ook een aankoopoptie bedongen voor mijn 40 % na één, twee en drie jaar, en dat tegen een belachelijke prijs. Na veertien maanden hebben ze hun optierecht uitgeoefend, maar ik behield 25 jaar de gratis licentie voor de Verenigde Staten, Frankrijk en Japan.

    DE USA in het vooruitzicht

    Op ongeveer hetzelfde moment nam een Amerikaanse bedrijfsleider, die naar België uitgeweken was, contact met mij op. Hij wilde naar de Verenigde Staten terugkeren en ons concept daar introduceren. Ik heb het contract voor de master franchising met hem en een andere Amerikaan getekend en 100.000 dollar als aandeelhouder in hun bedrijf geïnvesteerd. Ik ga dan naar New York en vind er een prachtige locatie. Maar al snel kunnen de twee Amerikaanse partners het niet meer met elkaar vinden. Een van de twee verdwijnt zonder ooit zijn kapitaal te storten. Terwijl we de plannen met de architecten maken, beseffen we dat we niet genoeg geld hebben om de werken uit te voeren. Wij zijn bij de banken langsgegaan, maar zonder succes. We bevonden ons in de situatie dat we een huurcontract ondertekend hadden, een architect en huur betaald hadden, maar we zaten vast!PQ USA

    Dan ben ik me in de Verenigde Staten in het Pioneer hotel – het hotel van de pioniers!- gaan installeren met al mijn spaargeld en heb alles opnieuw in de business geïnvesteerd. Maar het was nog niet genoeg. Ik vond een Belgische partner die 300.000 dollar investeerde. Daarna heb ik zelf de plankenvloer gelegd, de muren bepleisterd en het plafond geschilderd. In januari ’97 zijn we geopend met een kassa van 150 dollar die alleen kon optellen en aftrekken. Vier dagen later kregen we een artikel van een halve pagina in de New York Times en toen ging het opeens plankgas vooruit!

    Na zes maanden waren we zeer rendabel geworden en boekten we maandelijks ongeveer 25.000 euro winst. We vonden twee nieuwe partners met wie we een tweede en daarna een derde winkel openden. Nu zijn er 24 winkels in de Verenigde Staten.

    In 2003 kreeg Van de Kerkhove die intussen ongelukkige diversifiëringen had gedaan, op zijn beurt financiële problemen. We hebben het handelsmerk weer van hen overgekocht. Op die manier kregen we opnieuw het intellectuele en conceptuele beheer over het merk. Tegenwoordig hebben we dus een Belgische maatschappij, PQ Licensing, die eigenaar is van de merken en de 24 Amerikaanse winkels. Na heel wat problemen is alles juridisch in orde. Van de Kerkhove is zodoende onze franchisenemer geworden. Ze hebben 5 winkels in eigendom en 17 onder franchise.

    In mei 2003 hebben we de vroegere directeur Quick aangeworven, een echte expert in franchising. Hij heeft een structuur zoals die van Mc Donald’s opgezet voor de kwaliteitscontrole. Hij heeft ook de organisatie met onze franchisepartners gereorganiseerd en het concept uitgeklaard. Daardoor konden we in het buitenland licenties verkopen om onze investering af te lossen. Het team van PQ Licensing wijdt zich nu aan de wereldwijde ondersteuning van het licentienetwerk.

    In 2005 hebben we over de hele wereld acht nieuwe Pain Quotidiens geopend. In 2006 zijn er daar nog eens vijftien bijgekomen. En voor 2007 zijn er al zo’n twintig openingen gepland. In de Verenigde Staten, waar we eigenaar zijn van de winkels hebben we ons op de biomarkt toegelegd. Onze producten worden er smakelijker door, maar we beschermen ook het milieu. Meer dan 75 % van de producten die we daar nu verkopen zijn bioproducten.

    In crisistijden heb ik altijd vennoten gezocht, en dat is natuurlijk heel slecht voor de onderhandelingen. Het heeft ertoe geleid dat ik van meer aandelen afstand moest doen. Idealiter hebben je partners qua risico hetzelfde profiel en dezelfde attitude als jijzelf. Le Pain Quotidien is mijn kindje. Al mijn spaargeld zit erin. Voor mijn partners is het een diversificatie die slechts deel uitmaakt van hun aandelenportefeuille. Daardoor nemen ze soms meer risico’s dan ik eigenlijk wil.

    Ik heb in vijftien jaar veel geleerd. Het is gelukt, maar het is geen sprookje. Het is een business waarin je de handen uit de mouwen moet steken en hard werken, zonder dat je onmiddellijk een financiële return hebt. De eerste zes jaar kreeg ik geen salaris. De drie volgende, in New York, kon ik amper de huur betalen. Ik heb hier alles zelf gedaan. Ondanks alles raad ik ondernemers aan om ervoor te gaan!”

    Naam: Alain Coumont
    Geboortedatum: 4/3/1961
    Gezinssituatie: getrouwd, een dochter van 3
    Belangrijkste diploma’s: Hotelschool
    Oprichtingsdatum van Le Pain Quotidien: oktober 1990
    Sector: bakkerij en restauratie
    Evolutie van de omzet in 2005: + 20 % in vergelijking met 2004
    Vooruitzicht voor 2006:omzet netwerk van 70 miljoen euro
    Aantal medewerkers: 1.300 voor het hele franchisenetwerk + PQ Licensing
    Belangrijkste verwezenlijking:  in 2006, grootste verbruiker/omzetter van biomeel op wereldvlak (verkocht via het eigen netwerk)
    Uitdaging voor de toekomst: in drie jaar de kaap van 150 winkels passeren
    Hobby’s: reizen, keuken, wijn, zwerftochten, lezen, tuinieren
    Persoonlijke filosofie:  de vrijheid om te werken wanneer men dat wil, m.a.w. de hele tijd. De stropdas alleen voor huwelijken en de business in Japan, helaas!
     

      

    Vertaald uittrekstel van het boek “Déclics – Inspirez-vous de l’expérience de 15 créateurs d’entreprises belges!”, van Christine de Bray verschenen bij EdiPro in maart 2007. Info op www.declics.be