• Print

    Elda Mizrahi en Cécile Broucke, oprichtsters van Cogito

    Na boeiende studies kunstgeschiedenis en het behalen van hun aggregaat dromen Elda Mizrahi en Cécile Broucke ervan om les te geven in hun vak. Zijn er geen vacatures voor kunstgeschiedenis? Dat is geen bezwaar: zij zorgen zelf voor werk, zonder subsidies of andere steun dan die van hun vriend. Zeven jaar na de oprichting verzorgt Cogito in meer dan 50 kleuter- en lagere scholen ludieke en interactieve initiatieworkshops kunstgeschiedenis. En deze vrouwelijke onderneming bezit wel een heel bijzondere cultuur…

    Cécile: We hebben allebei kunstgeschiedenis gestudeerd aan de ULB. Elda: Tijdens ons aggregaat hadden we de gelegenheid om vaak les te geven en ik besefte dat ik dat graag deed. Maar er zijn niet veel plaatsen beschikbaar in kunstgeschiedenis. Ik vroeg me af wat ik moest doen om toch les te kunnen geven.

    Ik dacht: ‘Waarom zou ik niet naar middelbare scholen stappen die geen lessen kunstgeschiedenis hebben en hen heel gerichte animaties à la carte aanbieden?’ Ik heb er met Cécile over gepraat en we voelden allebei aan dat we goed overeen zouden komen. We hebben een verklarend dossier opgesteld.

    Cécile: Daarin stelden we onze doelstellingen voor, wat we de kinderen hoopten bij te brengen, onze methode, enz. Elda: Dan kwam er een kans: een bevriende lerares zei me: ‘Het is heel interessant, waarom zou je je niet op de lagere scholen richten? Mij interesseert het alvast omdat ik dit jaar Afrikaanse kunst ga bestuderen. Het zou fantastisch zijn!’

    Cécile: Maar het is in het water gevallen, ze heeft ons niet genomen. We wisten niet hoe we eraan moesten beginnen, wie we moesten aanspreken om ons idee te verkopen. We hebben nochtans naar scholen getelefoneerd.

    Elda: We hebben bedacht dat we best met een school met een goede reputatie zouden beginnen zodat we nadien een mooi visitekaartje konden voorleggen. We zijn naar Catteau geweest en ze hebben ons daar zeer goed ontvangen.

    Cécile: De directeur was weg van het project omdat hij vond dat zijn lerarenkorps niet genoeg deed op artistiek gebied, dat ze niet vaak genoeg naar het museum gingen. Hij wilde dat we een programma op poten zetten voor de hele schooltijd van de kinderen, van het eerste tot en met het zesde leerjaar. Hij legde al zijn klassen drie animaties per jaar op, bij wijze van uitstap: de eerste werd door de school aangeboden, en de twee andere werden aan de ouders doorgerekend (zes euro per kind per project). Opeens hadden we op één jaar vijftig animaties geprogrammeerd! In het begin waren de leraren een beetje sceptisch maar ze waren al vlug overtuigd. Catteau is nog altijd een van onze grootste klanten. Op zeven jaar hebben de kinderen er echt een artistieke cultuur meegekregen: ze kunnen heel wat dingen uitleggen!

    Starten tegen het advies van anderen in

    Zo zijn we begonnen. Als we bij dat eerste telefoontje niet te maken hadden gehad met een sympathieke en enthousiaste directeur, zouden we misschien niet verder zijn gegaan. We zijn tegen het advies van iedereen in gegaan. Maar we hadden onze berekeningen gemaakt en we hebben besloten: ‘Met die 50 animaties kunnen we de sociale bijdragen voor ons beiden betalen’. We zijn met zo’n twintig thema’s gestart en stilaan hebben de leraars om andere gevraagd. We stelden historische onderwerpen voor die bij het programma aansluiten, zoals de prehistorie in het derde leerjaar of de Romeinen, en artistieke thema’s zoals kleur, moderne kunst, enz.

    Elda: We hebben ook weigeringen gekregen. Sommige gemeentescholen organiseren geen enkele betalende activiteit omdat ze uitgaan van het principe van gratis onderwijs. Maar we zijn erin geslaagd om enkele andere scholen te overtuigen, waardoor we vanaf het eerste jaar een redelijk bevredigende planning hadden.

    Voor elke animatie komen we met ons tweeën, met onze projector, een scherm, dia’s, muziek, een pedagogisch dossier voor elk kind, en ook met het nodige materiaal voor de creatieve workshop waarmee we afsluiten: klei, olieverf, ijzerdraad, pailletten, ...

    We hebben twee of drie jaar met ons tweeën gewerkt en vroegen af en toe aan een vriendin om mee te doen om ons uit de nood te helpen. We hadden geen kantoor, we werkten bij de een of bij de ander. Toen kregen we de kans om tijdelijk over een bijna gratis kantoor te beschikken. We hebben geen enkel risico genomen. Het materiaal hebben we gaandeweg aangekocht. Onze vrienden waren heel enthousiast: ze hebben ons altijd gesteund, zelfs als ze beseften dat we in het begin ons brood daarmee niet verdienden. Ons succes is grotendeels aan hen te danken omdat ze ons altijd aangemoedigd hebben!

    Cécile: Op een bepaald moment besloten we dat we uiteindelijk toch graag ons brood wilden verdienen Elda: We wilden ook dat onze animaties een groter publiek zouden bereiken. Maar we zijn geen van beiden erg commercieel aangelegd. We zetten ons aan de telefoon en zeiden: ‘Het is jouw beurt.’ (lacht). We zijn erg toegewijd als het aankomt op lesgeven, en het uitdiepen van het pedagogische aspect, maar niet voor het verkopen van ons project.

    Cécile: Op dat moment is Dina erbij gekomen. Zij had journalistiek gestudeerd en in de verkoop gewerkt voor ze stopte met werken om zich met haar kinderen bezig te houden. We hebben haar gevraagd of ze zin had om bij ons te komen werken. Omdat het project haar beviel, heeft ze toegestemd. Van de vijf of zes scholen in het begin zijn we naar 35 gegaan: een echte explosie! Dina geeft geen les maar bekommert zich om al de rest. Als je in 50 scholen animaties verzorgt, komt er stilaan ook heel wat administratie bij kijken. Dina gaat de directeurs opzoeken, verstuurt dossiers, regelt de afspraken, verstuurt de facturen, enz.

    Stilaan kwam de mond-aan-mond reclame op gang

    cogitElda: Stilaan deed ook de mond-aan-mond reclame zijn werk. Cécile: Als een leraar van school veranderde, maakte hij reclame voor ons. We hebben ons team moeten uitbreiden. We hebben een advertentie geplaatst en veel respons gekregen omdat het niet zo gemakkelijk is om werk te vinden in het domein van de kunstgeschiedenis: de telefoon rinkelde zonder ophouden! Maar we moesten die mensen wel uitleggen dat ze voor ons op zelfstandige basis zouden werken!

    Elda: Alle teamleden zijn vrouwen, met één uitzondering. Ze werken ofwel ergens parttime en doen op zelfstandige basis bijkomend werk voor ons, of ze zijn volledig zelfstandig en werken ook als freelance gids in musea.

    Cécile: Tijdens het schooljaar werken ze bijna elke dag voor ons. Ze gaan altijd per twee naar de klas. We wilden dat uit zorg voor de kwaliteit behouden We weten hoe moeilijk het is om 25 tot 28 kinderen ineens te hebben. Omdat we maar enkele uren blijven, moet het ritme constant hoog liggen. Als er twee stemmen zijn, letten kinderen veel beter op. Financieel gezien zou het voordeliger zijn om voor een animatie slechts één persoon te hebben. Maar zelfs als de meisjes minder betaald worden, werken ze liever per twee omdat dat het werk leuker maakt. Gewoonlijk werken ze altijd met dezelfde persoon samen. We proberen mensen met gelijkaardige karakters samen te brengen. Ze zijn met tien maar er is veel verloop. Omdat de vrouwen gemiddeld 30 jaar zijn, is het moederschap belangrijk (lacht).

    lda: Tijdens hun opleiding zetten we de nieuwelingen altijd bij een ervaren iemand. Alle meisjes die met ons samenwerken hebben een karakter dat wij op prijs stellen. We hebben vaak vergaderingen en we gaan samen eten: het is belangrijk dat iedereen goed overeenkomt. Het feit dat we allemaal vrouwen zijn, zorgt voor affiniteit en vriendschap. We weten dat we op elkaar kunnen rekenen: als het kind van een meisje ziek is, zal iemand anders zich spontaan aanbieden om haar te vervangen. We zijn daar heel soepel in. Omdat we allemaal vrouwen zijn, begrijpen we gemakkelijker de problemen van het moederschap, kinderen, enz.

    Cécile: Door onze uurregeling hebben we ook tijd over voor onze eigen kinderen. Maar om bij ons te werken moet je soepel zijn. We hebben leraars gehad die vertrokken zodra het tijd was en dat werkte niet. Als je de klas verlaat, moet je de dingen ordelijk achterlaten, anders krijgen we klachten. Elda: Het is waar dat we veel eisen van de meisjes die met ons samenwerken. Maar ze houden van hun werk.

    Cécile: Als ik zelf ga lesgeven en zie dat de kinderen meedoen, voel ik me goed, ik voel dat ik ze echt iets heb bijgebracht. Elda: Wij zijn eerder vriendinnen. Het is moeilijk om te ‘mopperen’ als er iets niet gaat. Ook dat neemt Dina op zich. (lacht). We zijn echt een trio. Dina is de zakelijke, Cécile de artistieke en ik houd me met de structuur bezig. We lopen alle drie over van de ideeën, we hebben er uiteindelijk te veel. Als je alleen bent, is de motivatie niet dezelfde. Er zijn dagen dat we minder gemotiveerd zijn, als we een school verliezen, of als er een directeur belt om te zeggen dat het niet goed verlopen is, het is niet altijd rozengeur en maneschijn. Dan peppen we elkaar weer op en gaan door. We hebben alle drie eerder positieve karakters. Cécile zal een voorstel doen, en dan zal Dina zeggen: ‘Luister eens, het kost te veel.’ En dan ga ik proberen om een goed evenwicht te vinden.

    France Brel

    Cécile: Drie jaar geleden hebben we aan de kinderen van France Brel lesgegeven. Haar kinderen hielden erg van onze animatie en France heeft contact met ons opgenomen om te zeggen: ‘Ik organiseer een tentoonstelling over mijn vader, zouden jullie het volledige pedagogische gedeelte kunnen verzorgen?’

    Elda: Ze wilde een volledig dossier met meer dan twee pagina’s om aan de leraren te geven. We zijn een jaar met de voorbereiding bezig geweest en dat is uitgemond in een mooie kaft met de titel ‘Brel, de kunst van het dromen’, met een CD, een boekje om de wereld van Jacques Brel te ontdekken aan de hand van beelden, en een creatief boekje waarin de jonge kunstenaars vrij uiting konden geven aan de inspiratie die de wereld van Brel bij hen opriep. Cécile: We hebben dat werk heel graag gedaan. Na een animatie in de klas, zijn onze scholen allemaal naar de tentoonstelling geweest en het waren onze gidsen die de bezoeken begeleidden. Het heeft ons veel naambekendheid gegeven.

    En nu ?

    Tegenwoordig ontvangen we subsidies van de stad Brussel om les te geven in scholen in een achtergesteld milieu, of in scholen waar we anders niet zouden komen omdat de ouders onze animatie niet altijd kunnen betalen.

    Elda: Het is heel bijzonder werken in die scholen. Het is moeilijk maar heel verrijkend omdat we beseffen dat die kinderen helemaal niet ongevoelig zijn. Het goede verloop van de animatie hangt af van de leraar, van ons en van de sfeer in de klas. Het is het beste als de leraar gaat zitten, vragen stelt, notities neemt enz. In dat geval zeggen de kinderen: ‘Tiens, hij houdt zich ermee bezig, dat moet dus iets belangrijks zijn.’ Maar als hij buitengaat om koffie te drinken of kopies te nemen, is dat voor ons een soort mislukking omdat we dan weten dat er geen opvolging zal komen. Ons doel is het introduceren van een thema dat de leraar achteraf verder kan uitwerken.

    Cécile: Op dit moment onderzoeken we onze vroegere droom om in middelbare scholen te werken waar geen kunstgeschiedenis wordt gegeven. We zouden bijvoorbeeld de Franse les over de romantiek kunnen aanvullen met parallellen naar de schilderkunst en de muziek. Dat is nu gemakkelijker omdat we een gevestigde reputatie hebben.

    Elda: Met meer informatie zouden we gemakkelijker van start hebben kunnen gaan. We wisten niet goed welk statuut we moesten aannemen (Zelfstandige worden? Een vzw oprichten? …) en wat dat precies allemaal inhield. We hebben niet echt informatie gevonden. We zijn zelfstandigen geworden zonder het zelf goed te weten. Pas achteraf hoorden we dat we een beroep hadden kunnen doen op een hele resem subsidies.

    Cécile: Als we één raad kunnen geven is het: durven. Op een bepaald moment hebben we een risico genomen, maar dat was een berekend risico. Wie niet waagt niet wint. Je moet ervoor gaan! Nu zou het moeilijk zijn om van beroep te veranderen. We staan om zes uur op, maar we zijn vrij om onze agenda zelf te bepalen. En we hebben het hoofd vol ideeën!”

     

     Vertaald uittrekstel van het boek “Déclics – Inspirez-vous de l’expérience de 15 créateurs d’entreprises belges!”, van Christine de Bray verschenen bij EdiPro in maart 2007. Info op www.declics.be
     
     
    Naam: Cécile Broucke
    Geboortedatum: 7/2/1972
    Gezinssituatie: samenwonend, 2 kinderen
    Belangrijkste diploma’s: Licentiaat en geaggregeerd in kunstgeschiedenis en archeologie
    Uitdaging voor de toekomst: pedagogische rondleidingen van grote tentoonstellingen organiseren
    Hobby’s: lezen, musea, tentoonstellingen
    Persoonlijke filosofie: “plezier en werk verbinden.”

     

    Naam: Elda Mizrahi
    Geboortedatum: 8/10/1974
    Gezinssituatie: gehuwd, 3 kinderen
    Belangrijkste diploma’s: Licentiaat en geaggregeerd in kunstgeschiedenis en archeologie, ULB
    Oprichtingsdatum van Cogito: 1998
    Sector: kunstonderwijs
    Aantal medewerkers gelijk aan fulltime: 6
    Belangrijkste verwezenlijking: organisatie van historische en artistieke animaties in een veertigtal scholen
    Uitdaging voor de toekomst: onze activiteit ook in Vlaamse scholen ontwikkelen
    Hobby’s: bioscoop, lezen, reizen
    Persoonlijke filosofie: ‘in je dromen geloven’