• Print

    Stijn Vanorbeek, General Manager van F(x)Motion

    Zonder zijn producten zou televisie vandaag geen televisie zijn. Want f(x)Motion fabriceert dragers waarmee camera’s kunnen bewegen en beelden kunnen schieten vanuit hoeken en posities die voor een mens onmogelijk zijn. Een technologie die in 2007 in de bloemetjes werd gezet met een Brussels Innovation Award 2007 in de categorie ondernemingen met minder dan 10 werknemers. Een technologie die de kleine Brusselse KMO ook bijna een Oscar opleverde! We zitten rond de tafel met Stijn Vanorbeek, general manager van de onderneming.

     “f(x)Motion is in feite een bedrijf dat materieel ontwikkelt en produceert voor de audiovisuele sector, en in het bijzonder voor de televisie. Het is de laatste jaren een trend geworden in de sector om het filmen veel dynamischer en spectaculairder te laten verlopen. Een jaar of 30 geleden – de ouderen onder ons zullen dat nog wel weten – was televisie een statisch gegeven. Maar om kijkers aan te trekken – en ook reclame en dus geld... – willen de tv-zenders nu programma’s met schwung. Een van de elementen van die dynamiek zijn mobiele camera’s. En dat is precies de kern van ons vak: wij ontwerpen, ontwikkelen en produceren gemotoriseerde cameradragers (we maken niet alleen sledes, maar ook kranen enz.) waarop onze klanten hun automatische camera’s monteren. De evolutie gaat uiteraard ook gepaard met de geleidelijke vervanging van cameramannen door robots.”

    Maar wat levert deze robotisering eigenlijk op voor televisiemakers? Wat is met andere woorden jullie toegevoegde waarde?

    “Ik zie hier in hoofdzaak 4 elementen. Het eerste is het esthetische element: televisiemakers kunnen nu nieuwe dingen bedenken en werken met camerastandpunten die alleen maar met geautomatiseerde camera’s mogelijk zijn.

    Er is vervolgens ook het aspect veiligheid, want het is uiteraard een stuk veiliger om een automatische camera op een kraan te monteren dan daar een cameraman te gaan zetten.

    Nog een belangrijk element zijn de speciale effecten. Tv-makers vragen steeds meer camerabewegingen die een mens onmogelijk kan realiseren. We programmeren dus een computer die deze bewegingen met een formidabele precisie kan overbrengen naar geautomatiseerde camera’s. Tot slot zien we ook virtuele studio’s opduiken, zonder een echt decor dus, waarin automatische camera’s eveneens onmisbaar zijn. Computeranimatie is duidelijk een van de absolute groeimarkten van het moment.”

    Wanneer en hoe zijn jullie op het idee gekomen om dit bedrijf op te richten?

    FX Motion

     “In 2001. Ik werkte toen in een bedrijf dat camera’s verhuurde en daar ben ik Roberto Gaziano tegen het lijf gelopen. Ik had elektronica gestudeerd en daarna ook film, hij had mechanica gestudeerd. We konden het goed met elkaar vinden, en we waren er ook achter gekomen dat er op de markt toch wel een grote vraag was naar geautomatiseerde camera’s. En omdat we ook zin hadden om een eigen bedrijfje op te richten, hebben we dan maar de sprong gewaagd en hebben we onze bvba boven de doopvont gehouden. Zonder noemenswaardig startkapitaal, zonder wereldveroverende plannen, maar wel met de overtuiging dat er een plaatsje was voor ons op de markt en dat Roberto en ikzelf elkaar genoeg konden aanvullen om te slagen in ons opzet... Eerst hebben we in industriële onderaanneming gewerkt, in hoofdzaak kleinere automatiseringsprojecten. Maar dat hebben we al snel laten varen. We wilden een echte firma met “onze eigen” producten.”

    Hadden jullie, toen jullie van start gingen, de juiste opleiding gehad om de sprong te wagen?

    “Niet op het niveau van het beheer. Een balans lezen was totaal niet aan mij besteed! Ik ben dan dus maar beginnen studeren. En dat geldt ook voor de Franse taal, die ik in de praktijk heb geleerd. Maar we waren ons wel bewust van het probleem en dus hebben we ons geleidelijk aan omringd met de juiste mensen.”

    Hebben jullie steun gekregen vanuit overheidshoek?

    “Jawel. We hebben namelijk ons kantoor ondergebracht in het Bedrijvencentrum van Molenbeek, dat wordt gefinancierd door het Gewest. Voor een bedrijfje zoals het onze biedt deze plek enorm veel voordelen. Je vindt er bijvoorbeeld een hele reeks gratis of toch heel goedkope diensten, zoals juridisch en economisch advies, IT-infrastructuur, lokalen enz. En je wordt op geregelde tijdstippen uitgenodigd om deel te nemen aan allerlei opleidings- en informatiesessies die er worden georganiseerd over heel concrete dingen, zoals bijvoorbeeld “Hoe neem ik personeel in dienst”. Je wordt ook uitgenodigd op allerlei evenementen die heel interessant zijn om je adressenboekje aan te vullen. 

    Het is trouwens daar dat we contacten hebben aangeknoopt met het Brussels Agentschap voor de Onderneming. Dat heeft ons heel goed geholpen, met name om een businessplan volgens de regels van de kunst te structureren of bij onze contacten met de bankier. Dat lijkt niet zo belangrijk, maar dat is het heel zeker wel! We mogen niet vergeten dat we maar een klein bedrijfje waren met onvoldoende eigen middelen en dat het in die omstandigheden zo goed als uitgesloten is om aan de broodnodige kredieten te komen. Op die manier verkregen we een eerste kaskrediet van 25.000 euro. En vervolgens heeft het BAO ons ook geholpen bij het verkrijgen van steun bij het Brussels Waarborgfonds en konden we ook verschillende subsidies in de wacht slepen, bijvoorbeeld voor consultancy. Omdat we ook een deel van onze productie exporteren, kregen we steun van Brussel Export. Dat was onontbeerlijk omdat deelname aan de twee grote jaarbeurzen, de ene in Las Vegas en de andere in Amsterdam, in onze sector een absolute must is. En last but not least, hebben we ook een dossier ingediend bij het IWOIB, het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel.”

    Is de rol van de overheid echt noodzakelijk in het kader van O&O?

    camera“Die rol is zeer belangrijk. Ik had het daarnet over het IWOIB, maar we mogen ook het MISTRAL-programma niet vergeten. Dit programma wordt gefinancierd door het Gewest en uitgevoerd door Sirris (het Collectief Centrum van de Belgische Technologische Industrie) met de steun van het BAO, Agoria en het IWOIB. Het helpt de Brusselse KMO’s bij hun strategische innovatiekeuzes. Daarbij werd in ons geval nagedacht over onze producten, onze markten en onze technologieën. Concreet hield dat in dat we gedurende een klein jaar om de 15 dagen deze kwesties behandelden met een professional om eens de balans op te maken over ons. Waar staan we met onze technologie? Wat missen we nog? Hoe kunnen we onszelf verbeteren? Deze denkoefening heeft ons heel wat bijgebracht...”

    En hebben jullie vandaag nog altijd nood aan die omkadering vanwege de overheid?

    “Een deel van mijn werk vandaag bestaat erin dat allemaal op te volgen, het beheer van de subsidies te optimaliseren, het relationele aspect te optimaliseren, mijn netwerk te ontwikkelen. In die zin is het inderdaad belangrijk om contact te houden met het BAO. Maar globaal genomen weet ik tot wie ik me moet richten om een bepaald probleem op te lossen.“

    Is de export een belangrijke motor in jullie ontwikkeling?

    Absoluut. Voor ik met ons bedrijf begon, was ik vaak in het buitenland actief. Ik kende wel al een aantal producenten, cameramannen. En toen ben ik de beurzen beginnen aflopen. Ik had dus al contacten, maar dat neemt toch niet weg dat we begonnen zijn met contracten voor Belgische ondernemingen. Maar weet u, Belgen reizen veel, en de mond-tot-mondreclame werkt prima.

    Vervolgens konden we een eerste groot contract ondertekenen met het Amerikaanse bedrijf Panavision, een onderneming gespecialiseerd in het ontwerpen en produceren van camera’s en lenzen, in hoofdzaak voor gebruik in de filmwereld. Ze hebben ons materieel gekocht en dat geïnstalleerd in hun filialen in het buitenland. We werden zelfs genomineerd voor de Oscars voor technologische innovatie in 2005! De Oscar hebben we toen niet gewonnen, maar we waren toch wel erg tevreden over onze prestatie. Daarna werden we zelfs gecontacteerd voor interviews op CNN, ABC enz. Dat was nogal eens wat!”

    Is het bedrijf vandaag rendabel?

    “Ja, maar f(x)Motion blijft een klein bedrijfje met 5 tot 6 werknemers. We zitten nu in feite op een keerpunt. Het moment is aangebroken om een nieuwe stap vooruit te zetten. De markt is er, dat is heel duidelijk, maar we kunnen er nog niet ten volle tegenaan omdat we nu aan de grenzen van onze zelffinanciering zitten. We willen onze productie optimaliseren, de verkoop en marketing verbeteren, een heus distributienetwerk opzetten en twee nieuwe producten lanceren. Want vandaag is het niet zo evident om een nieuw product te ontwikkelen en tegelijkertijd de producten te produceren die bij ons in bestelling zijn. Onze productiecapaciteit is verzadigd. Om uit dat model te kunnen stappen en te groeien, ons te ontwikkelen, hebben we dus nood aan één of meerdere investeerders die bereid zijn een minderheidsparticipatie te nemen in ons project – Roberto en ikzelf hebben elk de helft van de aandelen van ons bedrijf dat we toch wel graag onder onze controle zouden willen houden. De logica daarachter is dat het bedrijf momenteel zonder ons gewoon niet overeind zou blijven. Maar we zien wel wat de toekomst brengt.”

    Welke middelen hebben jullie vandaag nodig om te kunnen vergroten?

    “Schuldenlast inbegrepen, hebben we het over 1 tot 2 miljoen euro. Dat wil zeggen dat een externe investeerder in het ideale geval over de brug komt met een paar honderdduizend euro, de rest zouden we dan wel via bankkrediet regelen.”

    Hoe staat f(x)Motion er momenteel voor inzake omzet?

    “Onze omzet voor 2008 bedraagt om en bij de 500.000 euro en we maken winst. We moeten er ook bij vertellen dat we tot op heden geen dividenden hebben genomen, alle winst werd meteen weer in de onderneming geïnvesteerd. De eerste jaren was ons loon zo goed als verwaarloosbaar. Nu gaat het al beter omdat de onderneming geld verdient, onze producten worden verkocht.”

    Zouden jullie overwegen om eventueel naar de beurs te stappen, op de vrije markt bijvoorbeeld?

    “Neen, dat lijkt ons wat te voorbarig. We denken dat we, vóór we die stap zetten – en waarom niet, in feite? –, toch eerst nog een paar tussenfasen moeten afwerken.”

    Interview door Adrien Maintiens

    F(x) Motion in het kort

    Naam : Stijn Vanorbeek
    Functie: managing director
    Geboortedatum : 21 juli 1975
    Belangrijkste diploma’s: A2 Elektronica / Geluid, Beeld, Montage aan het RITS
    Activiteitensector : :Elektronica, Informatica
    Aantal medewerkers : 6
    Voornaamste uitdaging voor de toekomst: Dit jaar sterker worden met de inbreng van één of meerdere externe investeerders
    Hobby's : Schermen , reizen, lezen (fictie / non-fictie)
    Philosophie personnelle : " Nothing is permanent, except change » en « Only dead fish swim downstream"
    Plaats: Werkhuizenstraat 7-9, 1080 Brussel- 02-412.10.12 stijn@fx-motion.com- http://www.fx-motion.com