• Print

    Thierry Vandebroek, afgevaardigd bestuurder van Poseco

    De vereniging zonder winstoogmerk Poseco heeft zich tot taak gesteld “bij te dragen tot een benadering van de economie die strookt met de menselijke en maatschappelijke waarden”. Een hele boterham! En om haar ideeën beter te verspreiden, heeft de vzw een informatieve portaalsite op poten gezet. Een gesprek met Thierry Vandebroek, afgevaardigd bestuurder van Poseco.

    “Poseco is de samentrekking van ‘positive economy’. Via deze vereniging zonder winstoogmerk willen we alles wat sociaal en ecologisch is in de economie, promoten. Het kernidee daarbij is dat we elk individu willen helpen om te functioneren op grond van zijn eigen maatschappelijke waarden. We zijn begonnen met het realiseren van een informatieve portaalsite waar iedereen de antwoorden vindt op de vragen die hij of zij zich misschien stelt over de economie, zowel privé als professioneel. Vragen zoals: Wat is fair trade? Hoe ethisch investeren? Hoe reizen op een verantwoorde manier, enzovoort. De portaalsite werd gelanceerd in 2005-2006 en wordt op dit moment door gemiddeld 700 tot 800 bezoekers per dag bezocht. De site heeft dus zeker een praktisch nut.”

    Kunnen we stellen dat jullie een medium uit de sociale economie zijn?

    “Zeer zeker. We proberen middelen, kanalen en instrumenten te vinden waarmee we het idee van de positieve economie kunnen doen evolueren. Wat onze lezers betreft, denken we ruw geschat toch zowat een derde van de bevolking te kunnen aanspreken. Dat is dus vrij ruim; we verwijzen hier naar de term ‘culturele creatieven’ (1), mensen die veel belang hechten aan waarden zoals sociale banden en het milieu.”

    Wat zijn de belangrijkste informatiebronnen die jullie gebruiken om de portal op te bouwen?

    “Dat is zeer gevarieerd. We krijgen heel wat informatie van verenigingen die onze actie genegen zijn, maar we gaan ook zelf op zoek naar informatie bij administraties en op bedrijfsplatformen. Daarna wordt de informatie uiteraard geverifieerd en proberen we die ook te valideren, zodat de tips die we geven, leiden naar gespecialiseerde sites.”

    Hoe zijn jullie op het idee gekomen om deze portal op te starten? Welke moeilijkheden hebben jullie daarbij gehad, waar konden jullie terecht voor hulp bij de lancering?

    “De vereniging werkt in hoofdzaak met vrijwilligers en stagiairs. In de huidige context is dat ook de enige mogelijke manier van werken. We zijn maar een klein structuurtje, met 3 werknemers. Problemen? Hebben we niet echt, behalve dan de tijd die nodig is om dit soort activiteiten te ontwikkelen. Maar wat het zoeken naar informatie en de organisatie betreft, lukt dat vrij aardig”.

    Wat zijn jullie belangrijkste financieringsbronnen? Subsidies? Giften?

    “Veel giften krijgen we niet, maar misschien gaat dat wel verbeteren omdat de giften fiscaal aftrekbaar zijn. Voor het overige halen we zowat een derde van onze middelen uit subsidies, een derde uit commerciële partnerschappen en het resterende derde uit de verkoop van diensten.”

    thierry vandebroekJullie zijn een bedrijf uit de sociale economie maar tegelijkertijd hebben jullie banden met het BAO. Vanwaar kwam het idee om daar te gaan aankloppen?

    De reden is heel eenvoudig: onze focus is het economische aspect. We willen de economie helemaal niet onder de mat moffelen, integendeel. We willen er namelijk voor zorgen dat de economische wereld op één lijn komt te zitten met de uitdagingen van onze maatschappij. Concreet hebben we banden met het BAO omdat we seminaries hebben gelanceerd over maatschappelijk verantwoord ondernemen, we bezig zijn met het op poten zetten van een netwerk van maatschappelijk geëngageerde ondernemers in België, we prijzen hebben voor eindverhandelingen over positieve economie,… We hebben dus raakvlakken met economische instellingen zoals het BAO, de kamers van koophandel, de business-scholen.”

    En jullie zijn ook nauw betrokken bij het project “Erasmus for Young Entrepreneurs”. Wat is dat precies en waarom is dat zo belangrijk?

     “Dat is een Europees project dat jongeren die net hun studies hebben beëindigd en een professioneel project in hun hoofd hebben, aan een stage wil helpen, een eerste werkervaring in het domein dat in de lijn ligt van hun project. Bij Poseco vinden we dat belangrijk, omdat we zo meer mensen kunnen aantrekken in de vereniging. Omdat we zelf niet genoeg financiële middelen hebben om het personeel aan te werven dat we nodig hebben, zoeken we vooral ons heil bij vrijwilligers. Hoe competenter en hoe beschikbaarder die zijn, hoe beter dat is voor ons. Als je iemand hebt die gemotiveerd is, die vooruit wil gaan, die de sector al behoorlijk goed kent, dan is dat geweldig. En als die persoon in kwestie zes maanden kan blijven, dan beschouwen we die echt als iemand van het personeel waar we iets serieus mee kunnen doen. Dat is het geval met Thomas (zie ook hieronder).”

    Maar dan moet het wel zo zijn, dat de aspiraties van de jonge ondernemer aansluiten bij die van jullie...

    Thierry Vandebroek: “Ja, maar dat is het eigenlijke principe en ook de manier waarop dit Europese project in elkaar zit. Want er is een site van de Europese Commissie die het aanbod mooi tegenover de vraag zet, zodat het ene het andere dekt. Het gaat hier echt om een wederzijds akkoord.”

    logo positive entrepreneursWat is uw perceptie nu, twee maanden voor het einde van de samenwerking met Thomas? Tevreden?

    “Wat het project zelf en de relatie met Thomas betreft, is het duidelijk dat we de ervaring meteen zouden willen voortzetten, als we dat konden. Want op deze manier kunnen we de persoon in kwestie en zijn vaardigheden echt goed testen. Maar er is ook de dimensie integratie binnen de verenging en het project en ook binnen de netwerken en de mensen die betrokken zijn bij het project. Waar het om draait is dat je de middelen moet hebben om hiermee verder te gaan, voor zover de stagiair natuurlijk zelf zin heeft om door te gaan.”

    (1) Een woordje uitleg zoals te vinden op de site http://www.creatifsculturels.be : De culturele creatieven “zien zichzelf als betrokken partij bij de vragen die collectief worden gesteld aan de maatschappij en ze hechten groot belang aan de coherentie tussen wat ze denken en wat ze willen doen. De culturele creatieven combineren met succes waarden zoals de opening naar anderen toe, met sociale betrokkenheid, burgerlijk en ecologisch engagement. Ze vormen een heuse voorhoede, in lijn met de denkwijze van de duurzame ontwikkeling. Ze zijn op die manier de kiemen van een actieve transformatie van de maatschappij in een meer menselijke richting.”

     

    Interview door Adrien Maintiens  - januari 2011

    POSECO vzw, Rue d'Alors 7-11, 1000 Brussel - Tél : 02 346 60 02 - info@poseco.org - www.poseco.org  en de site www.economie-positive.be/
     

    Kijk van een jonge ondernemer… Zijn naam is Thomas Verdier.

    Wat heeft je ertoe aangezet om bij Poseco stage te komen lopen?

    Thomas Verdier: “We moeten daarvoor even terug in de tijd. Ik maakte voor het eerst kennis met dit project op het einde van mijn studies. Ik heb een ondernemersopleiding gevolgd in de ‘école centrale’ in Rijsel. Ik had een project uitgewerkt, compleet met een bedrijfsplan. Toen hoorde ik dat er een uitwisselings-programma was, ‘Erasmus for Young Entrepreneurs’, dat zich richt tot jongeren die al een project min of meer klaar hadden, en dat hen de kans bood om te werken in een gastbedrijf elders in Europa.

    En dat ze daarbij in een beroepsproject konden stappen dat vergelijkbaar is met wat de jongeren zelf in de praktijk willen brengen. Ze kunnen op die manier dus kennis en ervaring opdoen, rechtstreeks op het terrein. Ik dacht toen bij mezelf: mijn project zit wel goed in elkaar, maar het zou inderdaad een goede zaak zijn, als ik mijn persoonlijke vaardigheden eens op de proef zou kunnen stellen.”

    Was het gemakkelijk voor jou om een bedrijf te vinden met een project dat voldeed aan je verwachtingen?

    Thomas Verdier: “In het begin is dat inderdaad behoorlijk lastig. Er waren ook zowat 850 kandidaturen van jongeren voor 150 mogelijke projecten. Maar we konden bij het selectieproces wel rekenen op de steun van een aantal organisaties die de rol van tussenpersoon speelden. We staan niet zelf rechtstreeks in contact met de Europese Commissie. In mijn geval kreeg ik steun van de ‘Union des couveuses’ in Parijs. Ik had een vrij origineel project dat te maken had met de sociale economie. Dat segment kon duidelijk relatief minder studenten bekoren en dus zal het waarschijnlijk iets minder moeilijk geweest zijn om daar een passend project bij te vinden.”

    Eens je een correspondent, een bedrijf dat wil fungeren als gastonderneming, gevonden hebt, kan je er een stage volgen. Heb je daar moeilijkheden mee gehad? Praktische moeilijkheden, een dak boven je hoofd, centen om de periode te bekostigen enz.?

    Thomas Verdier: “Neen, praktische moeilijkheden waren er niet echt, want we werden goed begeleid. Er is de bemiddelende instantie in Frankrijk en één in België. Je ontmoet een contactpersoon bij het BAO. En eerlijkheidshalve moet ik ook wel zeggen dat ik geluk heb gehad wat mijn huisvesting betreft. Ik heb niet lang moeten zoeken naar een appartement. Neen, ik zou zeggen dat de grootste moeilijkheid de integratie was in een professioneel milieu dat ik helemaal niet kende, want dat was toch iets waar we niet echt op voorbereid waren.”

    Heb je een beurs om een deel van je kosten te dekken tijdens je stageperiode?

    Thomas Verdier: “Ja, een beurs van de Europese Unie (400 euro per maand) en Poseco helpt me ook financieel om een deel van mijn kosten te dekken (500 euro per maand).”